Soorten redacteurs

Laat zien dat je er bent

De ene redacteur is de andere niet – waar de ene redacteur vooral let op de d’tjes en t’tjes, let de ander vooral op de verhaalopbouw en doet weer een ander allebei. Als je op zoek bent naar een redacteur is het dus handig om te weten wat je precies verwacht van een redacteur, maar ook: welke redacteurs je tegen kunt komen. In dit blog geef ik je daar een indruk van. 

Astrid

Meerdere manieren mogelijk

Ik begin dit blog met een kanttekening. Want zoals bij veel zaken rondom het uitgeven geldt ook hier dat er meerdere mogelijkheden zijn om tot een definitieve versie van jouw manuscript te komen. Vraag je dit aan een collega-auteur, dan heeft die het waarschijnlijk weer anders aangepakt. Ik baseer dit blog op mijn ervaring als contentontwikkelaar voor educatieve uitgeverijen. Bij het schrijven van de inhoud van een lesboek of een e-learning heb je daar op verschillende momenten een redactieslag. Ze hebben allemaal een eigen functie en ze zijn eigenlijk allemaal noodzakelijk. Tenminste: binnen de educatieve uitgeverij. Voor jouw uitgeefproces is dat soms namelijk anders. Maar voor de volledigheid noem ik ze hieronder allemaal en zal ik steeds aangeven wat een redacteur in die functie dan naar mijn idee voor je zou moeten doen. En: of er een alternatief is voor het inschakelen van een redacteur.

Iedere redacteur heeft een eigen werkwijze en gebruikt daarbij eigen begrippen. Daarom raad ik je sowieso aan om altijd in gesprek te gaan! En als het even kan: laat een deel van je tekst als proefopdracht redigeren, zodat je weet hoe de redacteur te werk gaat. Veel redacteuren bieden deze mogelijkheid, soms tegen betaling, soms gratis.

De eerste opzet: blauwdruk 

Het maken van educatief materiaal begint bij het maken van een blauwdruk: welke onderdelen / hoofdstukken zijn er, welke leerdoelen horen daarbij en hoe hangt een en ander samen. De auteur maakt deze opzet en een eindredacteur met inhoudelijke kennis beoordeelt. Vaak wordt deze opzet een paar keer heen en weer gestuurd en kijkt iemand van de uitgeverij mee of alles ook past binnen de wensen en het van de uitgeverij.

Voor jouw boek zoek je hier een schrijfcoach of een redacteur die de eerste opzet analyseert en met je meedenkt over logische keuzes in de opbouw. Je kunt deze fase ook overslaan – lang niet iedere schrijver werkt met een blauwdruk. Maar: een blauwdruk biedt je wel houvast. Als je deze maakt, kom je er niet ineens achter dat bepaalde hoofdstukken of personen niets of weinig bijdragen aan het verhaal.

Geen budget voor alle redactierondes? Dit kun je eventueel ook door een kritische proeflezer laten doen. Kies dan wel iemand die regelmatig boeken leest in het genre waar jij in schrijft. Laat deze proeflezer de opzet lezen, spar met hem of haar over de keuzes die je hebt gemaakt en over de personages en hun rol in je manuscript.

De eerste versie 

Is de blauwdruk klaar, dan wordt er gewerkt aan een eerste versie van de content. Soms per hoofdstuk, soms voor het hele boek, dat hangt af van de ervaring van de auteur en de totale omvang van het project. De eindredacteur leest steeds mee en kijkt bijvoorbeeld of de opbouw juist is, of alles wat in de content moet staan volgens de blauwdruk er ook in staat en of het juiste format is gevolgd. De tekst gaat bijna altijd een paar keer heen en weer. Pas richting het einde gaat de eindredacteur ook op taal letten, waarbij hij of zij vooral let op vaktaal en het juiste taalniveau: is het niet te makkelijk of te moeilijk. De echte spelling- en grammaticacontrole doet de eindredacteur niet, maar deze zorgt wel dat de tekst zo goed mogelijk wordt aangeleverd.

Je kunt dit vergelijken met een redacteur die jouw hele verhaal analyseert en meekijkt of de opbouw logisch is, of de karakters geloofwaardig zijn, je geen gekke sprongen in de tijd maakt, of je niet te wollig of juist te saai schrijft en soms ook wel of het verhaal potentie heeft, of er lezers te vinden zullen zijn. In een latere fase let de redacteur dan ook op je taalgebruik.

Ook hier geldt dat als je geen budget hebt voor alle redactierondes, je de eerste versie door een kritische proeflezer kunt laten lezen. Ga je meer richting een definitieve vorm van je manuscript en heb je al proeflezers mee laten kijken? Dan raad ik je aan wel een redacteur in te schakelen.

De definitieve versie

Als de auteur en eindredacteur tevreden zijn, krijg ik de definitieve versie in mijn mailbox. Hop, drukken, denk je nu misschien. Maar nee. Ik kijk dan ook altijd nog een keer of alles helemaal volgens het format is. Daarbij let ik bijvoorbeeld ook op afbeeldingen – zijn ze niet aanstootgevend, zijn ze inclusief genoeg, zijn ze niet te oud, enzovoort. Alles dat allemaal akkoord is, gaat alles naar de taalredacteur. Die focust dan vooral op spelling en grammatica, maar bijvoorbeeld ook op als er meerdere auteurs aan hoofdstukken hebben gewerkt of het taalgebruik een beetje op elkaar aansluit, of alles wel in ieder hoofdstuk hetzelfde benoemd wordt en of de opbouw echt logisch is. 
Je denkt nu misschien ‘maar dat deed die eindredacteur toch al, die opbouw’: klopt. Maar de eindredacteur heeft ook een inhoudelijke blik en kan soms iets logisch vinden dat het voor iemand met wat meer afstand niet is. De taalredacteur heeft vaak geen inhoudelijke kennis, maar weet wel alles over taal en goed opgebouwde teksten. De auteur van de tekst controleert alle aanpassingen weer die de taalredacteur voorstelt. En voegt soms ook nog iets toe, bijvoorbeeld als de taalredacteur vindt dat iets nog niet helemaal goed is uitgelegd.

Hier zoek je een redacteur die let op taalgebruik – past dit wel bij je doelgroep? En schrijf je consistent, dus bijvoorbeeld niet het ene hoofdstuk heel formeel en het andere heel informeel, spelling en grammatica en opbouw van je verhaal. Is het bijvoorbeeld niet zo dat je personage in hoofdstuk 5 iets zegt wat zij nog helemaal niet kan weten, omdat het pas in hoofdstuk 10 gebeurt.

Deze fase zou ik zeker niet overslaan. Met name niet vanwege de kennis van spelling en grammatica. ‘Maar mijn vriendin is ook heel goed in taal.’ Tja. Ik ben ook heel goed in taal. en toch staat er in een gemiddeld blog van mij minimaal een fout. Als ik geluk heb … Een redacteur kent alle regels en houdt zijn of haar kennis bij. Taalregels veranderen namelijk wel eens. Bovendien kijkt hij of zij met een helemaal frisse blik naar jouw verhaal en heel kritisch naar dubbele woorden, stopwoordjes en onnodige herhaling. Om maar een paar dingen te noemen.

Corrector

Als de tekst helemaal geredigeerd is en in het juiste format staat, dan gaat de corrector aan de slag. Deze controleert of alle laatste wijzigingen van de auteur ook juist zijn, of de leestekens kloppen, of de regels voor getallen goed zijn toegepast en ook of iedere afbeelding wel een juiste bronvermelding heeft en een bijschrift. In deze ronde verwacht je echt geen inhoudelijke opmerkingen meer, maar je weet het nooit helemaal zeker…

Voor jouw boek ga je ook op zoek naar een corrector, die controleert of alles wat jij hebt aangepast na de laatste redactieronde ook echt klopt. Of je niet een dubbele spatie hebt gezet ergens in plaats van een enkele en of er niet toch een t’je staat waar het een d’tje moet zijn. Vergeet ook vooral niet om je omslag te laten controleren! Ook deze ronde zou ik dus zeker niet overslaan!

Meer weten over het werk van een corrector? Lees het blog van Joyce.

Proevencontrole

De laatste fase: de proevencontrole! De content is dan opgemaakt en in principe klaar om te drukken. Foto’s en tekeningen zijn toegevoegd, alles staat netjes in kolommen. De proevencontroleur controleert eigenlijk of alles helemaal volgens het juiste format is. Punten waar dan nog op gelet wordt: klopt de vormgeving van verschillende kopjes, hebben alle afbeeldingen een bijschrift en een copyright vermelding, is de nummering van figuren juist, kloppen de afbrekingen? 

Ook jij krijgt bij de meeste drukkers, uitgeefdiensten of uitgevers een opgemaakte drukproef te zien die je moet controleren. Deze fase zou jij ook kunnen uitbesteden, bijvoorbeeld aan de corrector die het bestand heeft bekeken voor het naar de opmaakproef ging. Maar je kunt dit ook heel goed zelf doen. Zeker met deze uitgebreide checklist van Sabine Mourits.

Alles door één redacteur laten doen?

Sommige redacteurs bieden alle mogelijkheden aan die ik hierboven heb genoemd. Is het dan handig om een persoon alles te laten doen? Als je het mij vraagt: nee. Als een redacteur je in alle fasen begeleidt, loop je namelijk het risico dat deze de tekst zo vaak leest, dat hij of zij blindt wordt voor foutjes of dingen die niet helemaal logisch zijn. Een fris paar ogen ziet vaak weer net andere dingen.

Maar: dat is meteen ook het risico. Want: smaken verschillen en wat jij en de inhoudelijk redacteur een prachtige verhaallijn vinden, kan iemand anders helemaal niet aanspreken. Nou lijkt me de kans daarop niet heel groot, maar de kans op kleine smaakverschillen is er wel altijd. Dat zul je ook merken met proeflezers: de een zal zeggen ‘schrappen deze scene’, waar de ander zegt ‘nee, juist uitbreiden!’ Daarom zou mijn advies zijn om vooral in de laatste fase, dus de correctiefase, een tweede persoon te vragen de laatste correcties te doen.

Nog een paar laatste tips:

  • Ga altijd in gesprek met een redacteur die je wilt inhuren. Ja dat heb ik de inleiding ook al gezegd, maar echt: zo belangrijk is dit. Alleen dan weet je of iemand jou echt verder kan helpen.
  • Heb je een redacteur gekozen? Laat dan zo snel mogelijk je planning weten. Er zijn heel veel redacteuren, maar veel goede redacteuren zitten vaak al best een tijd van tevoren vol. Vraag ook wat er gebeurt als je toch net een dag of twee te laat bent: schuif je dan meteen een hele tijd door?
  • Wil je jouw boek naar een uitgever sturen? Dan raad ik je aan om in ieder geval een redacteur naar je verhaalopbouw te laten kijken, zodat je weet dat deze goed is. En heb je het budget, dan zou ik ook zeker een corrector laten kijken. In ieder geval naar de eerste hoofdstukken. Zodat de uitgever niet na een paar pagina’s je manuscript aan de kant legt vanwege te veel spelfouten.
  • Als je niet voldoende budget hebt om alle redactierondes uit te laten voeren die je zou willen, kies er dan voor om tussendoor nog met proeflezers te werken. Liefst proeflezers die (heel) goed zijn in taal en die niet alles wat jij schrijft sowieso mooi vinden. Laat in ieder geval je definitieve tekst door een redacteur of corrector lezen.